Pestprotocol op de Muze

 

Wat is pesten ?

Plagen

 

Pesten

Bij plagen is er sprake van incidenten. Een persoon zegt iets, een ander zegt iets terug en meestal is het dan afgelopen. Vaak is het een kwestie van elkaar voor de gek houden. De machtsverhouding is gelijk. Plager(s) en geplaagde(n) hebben een gelijke of bijna gelijke macht. Bij plagen loopt de geplaagde geen blijvende psychische en/of fysieke schade op en is in staat om zich te verweren.

 

Pesten is het systematisch uitoefenen van psychische en/of fysieke mishandeling door één of meerdere individuen op een persoon die niet in staat is zichzelf te verdedigen. De macht is ongelijk verdeeld. Pesten heeft negatieve gevolgen voor het slachtoffer. Deze kan/mag niet voor zichzelf opkomen noch zich verweren. Doet hij/zij dit wel, kan dit voor de pester(s) een reden zijn om hem/haar nog harder aan te pakken.

 

Pesten uit zich op verschillende manieren:

 

Wie pesten en wie wordt gepest?

 

Kinderen die pesten lijken vaak sterkere kinderen in een groep, maar het kunnen kinderen zijn die problemen hebben in de thuissituatie, die voortdurend de strijd om de macht in de groep voeren, die zich verloren voelen in de groep en op deze wijze indruk maken op de groep, elkaar naar beneden willen halen om hun eigen waarde op te vijzelen, die zich anders moet voordoen dan ze werkelijk zijn en kunnen op deze wijze hun frustratie uitleven op de ander.

 

Zij kunnen de volgende signalen laten zien:

 

Kinderen die gepest worden zijn meestal onzeker, voorzichtig en hebben vaak een negatief zelfbeeld. Ze hebben soms moeite met sociale vaardigheden en zijn vaak geïsoleerd. Hoewel de gepeste fysiek vaak zwakker is dan de pester, hebben andere kenmerken zoals gewicht, kleding of het dragen van een bril vaak minder invloed dan er gedacht wordt. Ze hebben vaak moeite om zichzelf te verdedigen. Ze voelen zich machteloos tegenover de pestende kinderen en voelen zich daardoor vaak eenzaam.

 

Kinderen die gepest worden kunnen de volgende signalen laten zien:

 

Daarnaast is er een groep kinderen die geen actieve rol speelt in het geheel, maar die wel bepalend is voor het voortduren van het pestgedrag. Pestende kinderen kunnen zich gesterkt voelen door de zwijgende instemming van de toeschouwers

 

 

Hoe pakken wij het pestprobleem aan?

 

Via de vijfsporenaanpak Bij het bestrijden van pesten wordt meestal uitgegaan van de vijfsporenaanpak:

 

De ouders-collega's-Overblijfkrachten-kinderen steunen:

 

Ouders-collega's-Overblijfkrachten-kinderen die zich zorgen maken over pesten altijd serieus nemen.

 

Iedere melding registreren en bij vaker voorkomen opzetten van HP i.s.m. IB-er. De ouders van gepeste en pestende kind worden hierbij ingelicht.

 

Informatie en advies geven over pesten en de manieren waarop pesten kan worden aangepakt.

 

In samenwerking tussen school en ouders het pestprobleem aanpakken.

 

Zonodig ouders doorverwijzen naar deskundige ondersteuning.

 

Steun bieden aan het kind dat gepest wordt:

 

Naar het kind luisteren en zijn/haar probleem serieus nemen.

 

Met het kind overleggen over mogelijke oplossingen en vaardigheden die het moet leren.

 

Samen met het kind werken aan oplossingen en samen een HP opzetten.

 

Zonodig zorgen dat het kind deskundige hulp krijgt, bv. een sociale vaardigheidstraining (SOVA-training)

 

Steun bieden aan het kind dat zelf pest:

 

Met het kind bespreken wat pesten voor een ander betekent.

 

Het kind helpen om op een positieve manier relaties te onderhouden met andere kinderen en overleggen welke vaardigheden eigen moeten worden gemaakt.

 

Het kind helpen om zich aan regels en afspraken te houden en samen een HP opzetten.

 

Zonodig zorgen dat het kind deskundige hulp krijgt, bv. Een SOVA-training.

 

De groep betrekken bij de oplossingen van het pestprobleem:

 

Met de kinderen praten over pesten en over hun rol daarbij

 

Met de kinderen overleggen over mogelijke oplossingen en over wat ze zelf kunnen bijdragen aan die oplossingen. Dit vastleggen in regels en een plan

 

Samen met de kinderen werken aan oplossingen, waarbij ze zelf een actieve rol spelen

 

Algemeen: Pesten doe je niet want de gevolgen kunnen ernstig zijn

 

Met de kinderen praten over pesten en sancties van te voren vastleggen

 

Helpt na een handelingsplan niets, dan opnieuw overleg met IB-er, bespreken in Zorgteam en vervolgens directie. Het team wordt hierbij ook ingelicht

 

De school neemt contact op met de ouders, eventueel SMW en het ZAT-team

 

 

De aanpak in een schema: STAPPENPLAN PESTEN

 

  signalering   acties

stap 0

Preventie

1. Actieve insteek groepsplan en

activiteiten gepland door het jaar

2. Actief bewaken pedagogisch klimaat

3. Regels mbt tot pesten zichtbaar in de

groep

4. Benoemde sancties gekoppeld aan regels

5. Methode drama gebruiken mbt interactie

6. Voeren van welbevindingsgesprekjes

 

stap 1

Melding van pestincident uitsluiting-verbaal-fysiek-stelen-vernielen-intimideren-achtervolgen

(registratie in klassendossier)

1. Leerkracht/overblijfkracht praat met de

betrokken kinderen

2. Onderzoekt probleem door wie, wat en

hoe vragen

3. Werkt oplossingsgericht met betrokken

kinderen

 

stap 2

Herhaling pestincident

(registratie in klassendossier en bij de IB-er)

1. Leerkracht/overblijfkracht praat met de

betrokken kinderen

2. Onderzoekt probleem door wie, wat en

hoe vragen

3. Werkt oplossingsgericht met betrokken

kinderen

4. Overlegt met de IB-er en maakt een HP

met gepeste en pestende kind

5. Brengt de ouder(s) op de hoogte en nodigt

hen uit voor een gesprek

6. Organiseert in de groep activiteiten mbt de

pestproblematiek

7. Voert handelingsplannen uit en evalueert

het resultaat op korte en middellange

termijn

stap 3

Volharding pestproblematiek

(registratie in klassendossier en bij IB-er)

Invullen zorgformulier

1. Handelt zoals stap 2 (alle 7 actiepunten)

2. Informeert directie, team en

overblijfkrachten

3. Vraagt toestemming aan ouder(s) tot

bespreken in zorgteam en/of met de

schoolmaatschappelijk werkster

4. Voert adviezen en plannen uit

5. Na toestemming ouder(s) wordt

problematiek eventueel bovenschools in

het ZAT-team besproken